De drie graden

Iemand wordt lid van de Orde van Vrijmetselaren als hij wordt aangenomen als Leerling Vrijmetselaar. Die aannemingsplechtigheid is de inwijding in de leerlinggraad.  Doel van deze graad is vooral het verwerven van zelfkennis. De leerling wordt vertrouwd gemaakt met de symbolieke betekenis van hamer en beitel en het werken aan de Ruwe Steen; een onbewerkt stuk steen, dat hij symbolisch moet trachten te veranderen in een Zuivere Kubieke Steen, die geschikt is voor de bouw van de tempel van Salomo, symbool voor de tempel der “mensheid”, ook wel het symbool van de volmaaktheid.  Want, zo zegt de vrijmetselaar. Wie wil bijdragen tot het geluk van de medemens, moet eerst beginnen zijn eigen onvolkomenheden op te sporen en te leren beperken of beheersen.

Na enige tijd, meestal een jaar, wordt de leerling dan bevorderd tot de graad van gezel,  die zich richt op de verdere ontplooiing van de mens en zijn relatie tot de medemens.  Tenslotte kan men dan worden toegelaten tot de meestergraad, die vooral verwijst naar  de bereidheid tot het brengen van offers ten behoeve van de medemens, tot zelfverloochening en naar de relatie tot het Opperwezen, of welke vorm dan ook, die men zich daarbij persoonlijk voorstelt.

In alle drie stadia van geestelijke ontwikkeling blijft het kerngegeven: de overwinning van de eigen zwakheden en tekortkomingen. Belangrijk hierbij is, dat ieder zijn eigen mening mag geven en dat, ondanks verschillen van inzicht men elkaar toch blijft respecteren.

Hiermee wordt gelijk ook aangegeven dat de Orde zelden of nooit naar buiten komt met een eigen oordeel. Elk lid van de Orde heeft immers het recht geheel zelfstandig te oordelen. Over politiek en godsdienstige kwesties mogen nooit twistgesprekken gevoerd worden, wat uiteraard niet inhoudt , dat daarover in de loge niet gesproken kan worden.

De bijeenkomsten in “Open Loge” of ook ‘in de werkplaats’ worden altijd besloten met een Broedermaal of Tafelloge. Het broedermaal is een eenvoudige maaltijd, de tafelloge is een meer geformaliseerd banket. Hierbij wordt getoast en er wordt gewerkt in een bepaalde stijl en traditie, welke terug gaan tot het begin van het ontstaan van de vrijmetselarij.