Wat is vrijmetselarij

“Zoek naar wat de mensen verbindt en neem weg wat hen verdeeld houdt”.  Zo luidt één van de opdrachten, die iedere vrijmetselaar moet proberen waar te maken.

Vrijmetselarij heeft dus onder meer betrekking op de verhoudingen tussen mensen.  Beoogd wordt die verhoudingen zo te doen zijn, dat daaruit een groot respect blijkt voor  de medemens in de broederschap maar ook daarbuiten.

De loge is voor hen het middel om deze broederschapgedachte inhoud te geven. Voor het  in stand houden van de loge zijn zij bereid offers te brengen. In materiële zin in de vorm  van gelden ten behoeve van charitatieve instellingen of medemensen, die in nood verkeren,  maar ook in geestelijke zin, waarbij zij soms, zoals tijdens de 2e wereldoorlog, grote risico’s durfden te aanvaarden. De niet vrijmetselaren horen daar gewoonlijk weinig of niets over.  Een vrijmetselaar timmert nu eenmaal niet graag aan de weg.

Men werkt in besloten kring, zowel in de loges als daarbuiten en men voelt er weinig voor  om daarin verandering te brengen. Ieder vindt dat de logearbeid iets is, wat hem in de eerste plaats persoonlijk raakt. Dit houdt ook verband met de eigen spirituele belangstelling.  Ieder vrijmetselaar gaat uit van het bestaan van een “hoog beginsel”, hoe men zich dat  ook wil voorstellen of indenken.

In de algemene bepalingen van de Grondwet voor de Orde van Vrijmetselaren, spreekt  men van:”Arbeid in het licht van een hoog beginsel, symbolisch aangeduid als de Opperbouwmeester des Heelals”

Alles wat in de kosmos geschiedt, is vastgelegd in een bouwplan. De vrijmetselaar beschouwt het als zijn taak en opdracht om bij te dragen aan het werkplan van de Opperbouwmeester des Heelals.

Daarbij dient men te bedenken, dat de vrijmetselarij geen godsdienst of levensbeschouwing  is, maar uitsluitend een leerschool, een methode tot het vormen van een bepaalde levenshouding. Deze methode houdt bovenal in: verdraagzaamheid en liefde tot de medemens  beoefenen en het streven naar ontwikkeling van geest en gemoed, die de mens en de mensheid kunnen opvoeren naar een hoger geestelijk en zedelijk peil. De vrijmetselaar noemt  dit het beoefenen van de hoogste levenskunst.

Al zijn er aanwijzingen dat de gedachte, die aan de vrijmetselarij ten grondslag ligt al  eeuwen bestond, neemt dit niet weg, dat met name de renaissance en de periode van de  verlichting een krachtige stimulans hebben gegeven aan de opbloei van de vrijmetselarij,  eerst in Europa en later ook in Amerika en vervolgens de ander continenten.

De bevordering van het zelfstandig zoeken naar kennis en de levensverdieping bracht al  spoedig een conflict met het pauselijk gezag, dat hierin een directe bedreiging van de eigen machtspositie veronderstelde. Dit leidde tot de afkondiging op 28 april 1738 van de encycliek “In Eminenti, door Paus Clemens XII.  Deze encycliek is in Nederland overigens niet van de kansel afgekondigd.

Het werd toch al een vreemde zaak gevonden, dat mannen van verschillende levensbeschouwingen zich gingen verenigen. De laatste jaren en met name na het Tweede Vaticaans  Concilie, zijn de betrekkingen met de roomskatholieke kerk aanzienlijk verbeterd.